Nieuws

Warm aanbevolen

Arcade en De Warmste Week

De Warmste Week: homepagina

 

Uw acties voor onze organisatie worden met dank aanvaard.

https://dewarmsteweek.

stubru.be/goededoelen

Dankbaar voor de steun

Dank zij de VZW Kindergeluk konden we 2 nieuwe salons aankopen voor onze afdelingen Indigo en Jade. Van harte dank.

Dankbaar voor de gift

Vandaag mochten we heel wat degelijk speelgoed ontvangen van de firma North Sea-Paints W-Vl. Ter gelegenheid van de opening van hun nieuwe bedrijfsruimte hadden ze hun genodigden de suggestie gedaan een gift over te maken waarmee ze speelgoed konden aankopen voor het verblijf van Arcade.

Lees meer...
Dank aan de Lions Ladies

Half juni mochten we bij de Lions Ladies (Oostende BO4) een cheque van 4.000 euro in ontvangst nemen ter ondersteuning van de werking van onze contextbegeleiding.

Hartelijk dank dames.

Hulpverlening vertrekt vanuit de mensvisie

Onze mensvisie is de basis voor onze wijze van handelen en denken en vertrekpunt voor de hulpverlening. Het erkennen en respecteren van de cliënt als persoon is de voorwaarde voor elke hulpverlening.

Hulpverlening is een proces

  • Proces tussen cliënt/cliëntsysteem en hulpverlener, waarbij verschillende actoren betrokken zijn, die elkaar wederzijds beïnvloeden, terwijl elk van hen ook tezelfdertijd persoonlijk ontwikkelt.
  • De hulpverlening is vraaggericht en speelt in op de hulpvra(a)g(en) van het cliëntsysteem of van andere hulpverleners. Uitgangspunt is een gedeelde hulpvraag, een akkoord rond de hulpvraag en het hulpaanbod. De eigenheid van de bijzondere jeugdzorg brengt soms mee, dat het cliëntsysteem of één van de actoren niet akkoord is met de vertaling van of met de hulpvraag door derden (bv. verwijzer, andere hulpverlener, andere betrokkene). Respect daarvoor kan een vertrekpunt zijn voor hulpverlening.
  • Meerzijdige partijdigheid [1] moet ervoor zorgen dat iedereen zich binnen de hulpverlening kan terugvinden. Het is een basishouding, die de hulpverlener ten allen tijde aanneemt (zowel in directe begeleiding als op overlegmomenten).
  • Niettegenstaande binnen de hulpverlening veel aandacht gaat naar het contact op zich, is hulpverlening doelgericht, planmatig en intensief. De hulpverlener binnen BJB kan niet enkel afwachten op wat er komt. Hij moet een actieve houding aannemen en respectvol met weerstand weten om te gaan.
  • Hulpverlening is een proces met als eindpunt, dat de geboden hulpverlening niet meer noodzakelijk is of dat er doorverwezen wordt naar andere of meer gepaste hulpverleningsvormen.

Hulpverlening vertrekt vanuit gelijkwaardigheid

Gelijkwaardigheid tussen hulpverlener en cliëntsysteem houdt in dat de betrokkenen een open dialoog kunnen aangaan. Binnen die open dialoog is informatie een onmisbare pijler. Zonder daarom directief of confronterend te werk te gaan, heeft de hulpverlener aandacht om alles te vertalen naar het cliëntsysteem, rekening houdend met het recht op privacy en bescherming van de persoonsgegevens van de diverse betrokkenen. Hierbinnen situeert zich ook het recht op beklag, waarrond de cliënt door de voorziening geïnformeerd wordt.

Blijvend appelleren aan de betrokkenheid van alle partijen is essentieel binnen de hulpverlening. Elke partij is deskundig binnen de relatie. Het cliëntsysteem is ervaringsdeskundig vanuit eigen ervaringen; de hulpverlener kan bogen op zijn professionele kennis. Gelijkwaardigheid houdt dus ook in, dat de gesprekspartners van elkaar kunnen leren.

Hulpverlening is zorg op maat

Uitgaande van de specifieke context van de cliënt, zal elke hulpverlening gepersonaliseerd worden. Zorg op maat steunt op creativiteit, inventiviteit en professionele kennis om in samenspraak met de cliënt een optimale hulpverlening uit te bouwen. Zorg op maat respecteert het tempo van de cliënt en laat hem zijn verantwoordelijkheid voor zijn eigen aandeel in de probleemoplossing opnemen.

Anderzijds is zorg op maat ook soms ‘bemoeizorg’. We mogen het cliëntsysteem niet aan zijn lot overlaten. Binnen de gegevenheid van zelfbeschikking moeten we als hulpverlener soms tussenkomen met zorg en ons de vraag stellen wat noodzakelijk is en wat we kunnen bieden. Hier ook dient de hulpverlener een actieve houding binnen de begeleiding aan te nemen.

Hulpverlening doet beroep op positieve krachten

In hulpverlening draait het niet alleen om het veranderen of verminderen van disfunctioneel gedrag, maar ook om het bevorderen en ontwikkelen van ontwikkelingsmogelijkheden. Het gaat hier om een actief op zoek gaan naar de mogelijkheden van de cliënt en zijn omgeving om hem greep te laten krijgen op de eigen situatie. Als hulpverlener moet men oog hebben voor de inzet van het cliëntsysteem en deze als zodanig ondersteunen en stimuleren.

Hulpverlening heeft grenzen en stelt grenzen

Niettegenstaande de hulpverlening vraaggericht gestuurd wordt, heeft de voorziening een eigen hulpverleningsaanbod, waarbinnen het onterecht is te pretenderen dat alle vragen beantwoord kunnen worden. De mogelijkheden en beperkingen hangen samen met organisatie, structuur, middelen en personen. Hierbinnen heeft ook de overheid haar verantwoordelijkheid in het optimaliseren van de hulpverlening.

Het is dan ook belangrijk, dat de voorziening zich duidelijk profileert in het welzijnslandschap. Hierdoor krijgen gebruikers en verwijzers een zicht op de mogelijkheden en de grenzen van het aanbod binnen het kader van BJB (cfr. supra).

De voorziening heeft een pedagogisch concept, waarbinnen ze ook grenzen stelt. Het is belangrijk dat de cliënten daaromtrent duidelijk geïnformeerd worden en hierover een open dialoog kunnen aangaan. Het uitgangspunt is wederzijds respect.

Hulpverlening betekent ook mensen wijzen op grenzen van de maatschappij en samen op zoek gaan hoe daar mee om te gaan.

Binnen onze hulpverlening worden we geconfronteerd met mogelijks tegenstrijdige belangen van de verschillende actoren. Niettegenstaande de belangen van alle partijen erkend en behartigd worden, is het belang en de veiligheid van het kind/jongere de centrale handelingsrichtlijn, ook al kan dit tegen de belangen van andere betrokkenen ingaan of niet gelijklopen met de beleving van het kind/jongere zelf. In dit alles is open dialoog voeren belangrijk en kan het een aanzet betekenen positief met deze spanningsvelden om te gaan.

De hulpverlener bewaakt zichzelf in het niet overschrijden van zijn professionele relatie met het cliëntsysteem [2]. Wanneer zijn eigen integriteit, gezondheid en veiligheid in het gedrang komen, stelt hij dit bespreekbaar met de cliënten.

Naast het (gedeeld) beroepsgeheim heeft de hulpverlener ook een meldingsplicht, waarrond hij de betrokkenen informeert. Open dialoog en overleg is de invalshoek.

------------------------------------------------------------------------------------

[1] meerzijdige partijdigheid is de houding van de hulpverlener, die erin bestaat aanspreekbaar te zijn voor en betrokken te zijn op iedereen die zou kunnen worden getroffen door zijn interventies. Dit veronderstelt respectvolle betrokkenheid vanwege de hulpverlener op ieder voor wie zijn interventies consequenties kunnen hebben, zonder daarbij iemand uit te sluiten. Het is de bereidheid de belangen van elke betrokken partij onder ogen te willen zien. De hulpverlener moet bereid zijn te zien, dat elke betrokken partij onrecht heeft ondergaan en dat elke betrokken partij inspanningen doet om gepast zorg te dragen voor anderen.

[2] Binnen het Minoriusproject wordt dit als volgt geëxpliciteerd : - dat de hulpverlener geen financiële of materiële voordelen haalt uit zijn hulpverleningsrelatie (buiten zijn loon) - dat de hulpverlener geen seksueel of ander misbruik maakt van de cliënt